Naar de rechter voor 14 cent? / Legal proceedings over 14 cents?

(English below)

Misschien heb je het idee dat het bij gerechtelijke procedures altijd om behoorlijke sommen geld gaat, maar er is eigenlijk helemaal geen minimumbedrag om te kunnen procederen. Dat je ook met een hele kleine vordering naar de rechter kan stappen, wordt zo nu en dan weer aangetoond. Zo ook bij deze twee opmerkelijke zaken waarbij het ging om bedragen van €0,14 en €2,79.

De eerste zaak kwam voor de kantonrechter in Den Haag en ging om een geschil tussen AnderZorg (een merk van Menzis) en een verzekerde. Deze verzekerde was een bedrag van €329,14 verschuldigd aan Menzis in verband met eigen risico. De €329 was geen probleem, maar de klant weigerde de laatste 14 cent over te maken. Menzis had nog een deurwaarder gestuurd en buitengerechtelijke kosten van €48,40 gemaakt, maar de 14 cent bleef uit.

Uiteindelijk heeft de rechter de verzekerde veroordeeld tot het betalen van de 14 cent en de wettelijke rente. De incassokosten hoefde hij niet te betalen, aangezien hij het overgrote deel van de vordering van Menzis wel gewoon had betaald. In totaal is de rechtszaak dus geëindigd met een veroordeling tot het betalen van €4,36. Waarom de verzekerde niet meteen de laatste 14 cent had betaald? Dat is onduidelijk, de polishouder kwam niet opdagen bij de rechtszaak. Hij kon overigens ook niet in hoger beroep, daarvoor geldt namelijk wél een minimumbedrag, te weten €1.750.

Een andere opmerkelijke zaak betreft de situatie tussen een gescheiden man en vrouw. De vrouw vroeg het faillissement aan van de man, in verband met een betalingsachterstand van alimentatie. Opvallend was dat het slechts om een achterstand van €2,79 ging. Toch is een faillietverklaring mogelijk wanneer er tenminste twee schuldeisers zijn, de schuldenaar niet (meer) betaalt en de persoon die het faillissement aanvraagt bij de rechter ook ogenblikkelijk nog geld moet krijgen van de schuldenaar.

In theorie zou het dus mogelijk zijn om failliet verklaard te worden omdat je een bedrag van €2,79 niet betaalt. In deze zaak kwam het echter gelukkig niet zo ver: de man heeft de vrouw tijdens de zitting in de rechtbank handje contantje betaald. De vrouw werd vervolgens veroordeeld in kosten van de advocaat van de man, vastgesteld op €452,-.

Het is dus niet echt aan te raden om voor de kleinste bedragen naar de rechter te stappen. De rechter in de eerste zaak had hierover nog de volgende boodschap: “Dat de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, betekent niet dat de vordering van € 0,14 de kantonrechter ook fatsoenlijk voorkomt. (…) Het voeren van een gerechtelijke procedure [is niet bedoeld] voor de inning van een objectief gezien zeer gering bedrag, mede gelet op de belasting van het gerechtelijk systeem.” (ECLI:NL:RBDHA:2019:5000, r.o. 3.2)

Heb je een vraag over dit onderwerp of heb je een andere juridische vraag? Neem dan gerust contact met ons op via rechtsbureau@studentenorganisatie.nl. Onze fysieke spreekuren zullen tot nader bericht helaas niet plaatsvinden.

Legal proceedings over 14 cents?

You might be under the impression that legal proceedings in civil law always involves huge sums of money, but the reality is that there is no minimum for claims in The Netherlands to be taken to court. Every now and then, there is a case that will prove exactly this point, such as these two cases that dealt with claims of €0,14 and €2,79.

The first case was handled by a sub-district court in The Hague and settled a dispute between a Dutch insurance company and a policyholder with this particular insurance company. The client owed a sum of €329,14 to the insurer for deductibles. Paying the first €329 was not a problem, but the client refused to come through with the final 14 cents. The insurance company had already sent a bailiff – which cost another €48,40 – but still the client had not paid up.

In the end, the court ordered the client to pay the 14 cents, as well as statutory interest. He was not ordered to cover the collection costs, given that he had already paid the large majority of the claim by that time. This meant that the proceedings ended with a conviction of payment of a mere €4,36. As for why the policyholder did not just pay those 14 cents? We will never know – he did not show up for the proceedings.

Another noticeable case revolves around a divorced man and woman, where the woman petitioned for the man’s bankruptcy, since she claimed he had stopped paying alimony. Interestingly, this late payment only consisted of €2,79. However, bankruptcy could still be declared if there are multiple creditors, the debtor has stopped paying, and the debt of the person requesting the bankruptcy is due immediately.

This means that in theory, it would be possible to be declared bankrupt over a failure to pay €2,79. In this case, however, it fortunately did not get that far: the man paid the woman in cash during the court session. The woman was then sentenced to covering the costs for the proceeding and her ex-husband’s lawyers, amounting to €452,-.

Clearly, it is not advisable to start a proceeding over such small amounts of money. As the judge in the first case also wrote: “Just because the claim does not appear to be unlawful or unfounded, does not mean that a claim of €0,14 seems reasonable. (…) Legal proceedings are not intended for the collection of objectively low amounts of money, considering, inter alia, the load on the judicial system.” (ECLI:NL:RBDHA:2019:5000, para. 3.2, translated)

Do you have a question about this topic or are you in need of any other legal advice? Do not hesitate to contact us by mail (rechtsbureau@studentenorganisatie.nl). Unfortunately, we will not have be in office until further notice.